Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrouw Holle.

Er was eens een weduwe, zij bezat twee dochters De oudste was haar eigen dochter en was leelijk en lui, de jongste, haar stiefdochter, mooi en vlijtig. Deze was als Asschepoetster in huis, moest al het werk verrichten. Dagelijks moest zij buiten bij de bron zitten spinnen, dat het bloed haar bijna uit de nagels sprong. Op zekeren dag verwondde zij zich aan haar hand en liet bij ongeluk eenige droppels bloed op het spoeltje vallen. Zij wilde nu het spoeltje afwasschen en bukte zich daarvoor over de bron. Zij liet het voorwerp los en dit verdween in de diepte. Schreiend van verdriet liep zij naar huis en vertelde haar stiefmoeder het ongeval. Deze werd boos en sprak : „Gij hebt de spoel er in laten vallen, haal hem er nu ook weder uit''.

Mistroostig ging zij terug, en daar zij geen kans zag hem er uit te halen, sprong zij er zelve in. Zij bleef bewusteloos een tijd lang liggen, en toen zij weder tot zich kwam, bevond zij zich op een zeer schoone en groote weide, waar duizende bloemen hun geuiige ïeuk verspreidden. Zij liep een eind de weide in en bevond zich toen bij een groote bakkers-oven, welke vol niet brood was. Het brood riep : „Ivief kind, haal ons eruit, anders verbranden wij geheel, wij zijn geheel doorgebakken." Zij snelde toe en haalde het brood er een voor een uit en stapelde het op elkaar. Zij ging weder op weg en kwam toen

Sluiten