Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbij eeu praehtigeu boom, die gebukt ging onder den zwaren last van prachtige appelen. Deze riepen tot het meisje, „schud ons er af ! schud ons er af ! wij zijn allen reeds overrijp". Zij schudde nu met al haar kracht aan den boom, zoodat de appels als een regen neervielen en hield niet op, voordat er niet een meer aan de takken hing. Zi j legde ze allen op een hoop en vervolgde haar reis verder. Nadat zij nog een poos geloopen had kwam zij bij een kleine hut. Voor de deur stond een oude vrouw. Deze had echter zulke groote handen, dat het meisje bang werd en hard wilde wegloopen. De oude vrouw riep haar nu toe. „Ge behoeft voor mij niet bang te zijn. Indien ge bij mij wilt komen en het huiswerk wilt verrichten, zult gij het goed bij mij hebben. Ge moet echter vooral het bed goed opschudden, zoodat de veeren in het rond vliegen, want dan gaat het sneeuwen. Ik ben vrouw Holle. Door de vriendelijke woorden der oude vrouw, was zij gerustgesteld en stemde in haar voorstel toe en trad bij haar in dienst. Tot groote tevredenheid* der oude vrouw deed zij getrouw haar werk, en als zij het bed schudde, vlogen de veeren als sneeuwvlokken wijd en zijd. Zij had nu ook een goed leven bij de oude vrouw, en had alles op haar tijd en nooit een hard woord. Een tijdlang ging alles goed, maar toen werd' het meisje stil en treurig en kon niet begrijpen wat haar mankeerde. Eindelijk kwam zij tot de ontdekking, dat zij heimwee had en naar huis verlangde, alhoewel zij het bij de oude

Sluiten