Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zult gij het heel goed bij mij hebben. Gij moet echter vooral goed het bed opschudden, opdat de veeren overal heen vliegen, zoodat het op aarde sneeuwt". Zij beloofde alles te zullen doen, en trad nu bij de oude vrouw in dienst.

Den eersten dag ging alles goed. Zij spande zich zooveel mogelijk in om haar best te doen, alhoewel het haar veel moeite kostte. De oude vrouw was dan ook zeer over haar tevreden. Den tweeden dag werd haar het werk al te zwaar en ze begon al reeds te luieren, en dit werd alle dagen erger, totdat op het laatst zij nog in bed lag als de zon reeds hoog aan den hemel stond. Het bed van vrouw Holle maakte zij in het geheel niet meer op, zoodat de veeren niet meer omhoog vlogen. De vrouw had dit reeds lang bemerkt, en dit begon haar te vervelen. Ten laatste toen haar geduld uitgeput was, zeide zij haar den dienst op. Daar had de luie meid al op gewacht, en verheugde zich reeds in de schatten die zij zou meekrijgen. Toen de tijd van vertrek er was, nam Vrouw Holle haar bij de hand en voerde haar naar de groote poort. Met spannende blikken keek zij reeds omhoog. Toen de poort nu open ging en zij er onder liep, kreeg zij in plaats van een goudregen, een groote ketel met pek over zich heen, zoodat zij van boven tot beneden vol zat. Vrouw Holle smeet de poort dicht, en sprak haar toornig aan : „Dat is nu de belooning voor uw dienst. Zoo wordt de luiheid beloond". Jammerend en schreiend kwam zij bij haar

Sluiten