Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minnelijk rnensch, en had ook voor de trotsehe prinses veel liefde opgevat. Toen de prinses aan hem werd voorgesteld, riep zij haar hofdames en zeide : „Zie eens wat een rare kin die man heeft, ze steekt vooruit als de snavel van een lijster. Dit is bepaald prins Lijsterbaard \"

De prins trok het zich eerst niet veel aan. Hij bleef ook nog vooreerst in het paleis en telkens als de prinses hem ontmoette, bespotte zij hem steeds met dien bijnaam. De prins werd ten laatste door die spotternij verlegen. En of de vader haar al vermaande en vertelde hoe verstandig en goed de prins was, zij hoorde er niet naar en spotte maar altijd voort. Eindelijk ging de prins zeer bedroefd en boos weg. De koning werd nu zeer vertoornd op zijn dochter en sprak : „Geen één van al die vorstenzonen, die hier komen is je goed genoeg, elkeen heb je bespot en beschimpt. Ik wil je nu niet langer in mijn paleis hebben en zal je voor straf aan den eerste den beste bedelaar tot vrouw geven". Het prinsesje had haar vader nooit zoo kwaad gezien en dacht dat hij deze bedreiging toch niet meende.

Heel spoedig hierop kwam er een bedelaar aan de paleispoort. De koning beval dat men hem in het paleis zou voeren. Hij liet de prinses bij zich komen en ontbood den slotkapelaan en deze moest hen in het huwelijk verbinden. Nu zag ze eerst in dat het ernst was en ze moest met haar man het paleis verlaten. Zij kreeg van haar vader niets anders mede,

III 5

Sluiten