Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vriendelijk, en hielp haar ook wel, maar hij was bijna den geheelen dag weg en sprak zeer weinig. De prinses zat dan in haar armoedig huisje en probeerde dan wel wat op te ruimen of schoon te maken, maar als de man 's avonds thuis kwam, moest hij haar steeds helpen om alles weder in orde te maken. Zij was maar altijd blij, dat hij haar niet uitlachte en als het eten bedorven was dat hij niet bromde.

Eenige tijd was zoo voorbij gegaan toen de bedelaar op zekeren dag tot haar sprak : „Vrouw, zoo gaat het niet langer. Ik kan voor ons beiden niet genoeg verdienen gij moet dus zien er ook iets bij te verdienen, want anders moeten wij honger lijden. Ge moest morgen maar eens korven gaan vlechten". Zij voldeed getrouw aan zijn bevel, maar de ruwe twijgen waren voor haar teere handjes veel te hard, zij kon ze bijna niet buigen en deden haar veel pijn. Toen de man 's avonds tehuis kwam en dit zag sprak hij : „Neen ! dat kan niet, je moest maar gaan spinnen". Maar ook dit werk 'gelukte haar niet, haar fijne handjes waren daar ook niet voor geschikt. Telkens sneed zij zich met den draad in haar vingers.

Den volgenden dag sprak de bedelaar : „Ik heb vandaag een goeden dag gehad en heb nog wat geld over. Ik zal eenig aardewerk voor je koopen en een paar schragen met een plank, dan moet ge maar op de markt gaan zitten en probeeren het te verkoopen, en wat ge overhoudt, brengt ge morgen weder terug"

Nu ging de prinses met het aardewerk naar de

Sluiten