Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar vastgreep. Zij keek om en zag Prins Lijsterbaard. „Laat mij toch los. Ik schaam mij zoo" riep zij schreiend. „Lieve Vrouw !" sprak de prins Lijsterbaard, „schenk mij vergiffenis dat ik je zooveel leed deed. Ik wist echter geen ander en beter middel, je tot mijn vrouw te krijgen, en je te laten zien, hoe slecht het is met iedereen te spotten. Ik ben de bedelaar, met wien gij zijt getrouwd. Uit liefde heb ik mij zoo vermomd. Ik was ook de huzaar die op de markt je aardewerk stuk reed. Maar nu zijt gij mijn lieve koningin".

De prinses sprak nu : „Ik ben niet waard je vrouw te zijn. De koning zeide echter : „stil ! anders wordt ik ook trotsch. De mooiste vrouw waart gij al, nu zijt gij ook de liefste.

Zij kleedde zich nu in fijn gewaad en trad met den koning de feestzaal binnen, waar zij door iedereen ook door haar vader hartelijk verwelkomd werd en zoo leefden zij nog een reeks van jaren in geluk en vrede.

De zes zwanen.

Een koning hield eens een jacht in een groot woud. Met groote ijver vervolgde; hij het wild, zoodat niemand hem kon bijhouden. Het begon reeds te schemeren toen hij stil hield en bemerkte dat hij verdwaald was. Hij zocht overal naar een uitgang, doch kon deze niet vinden. Hij bemerkte op eens een oude

Sluiten