Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar zes^broeders weder herkende, zoodat zij van blijdschap van onder het bed kroop. De broeders waren niet minder gelukkig, toen zij weder hun lief zusje zagen, maar het was maar een korte vreugde.

„Ge kunt hier niet blijven" zoo spraken zij, „het is hier een woonplaats van roovers. Indien zij thuis komen en u vinden, vermoorden zij u'\ „En kunt gij mij dan niet beschermen" smeekte het meisje. „Dat gaat niet" zeiden zij „wij hebben eiken avond maar een kwartier om onze zwanenvacht af te leggen en hebben dan onze menschengedaante terug, doch daarop veranderen wij weder in zwanen". Het meisje weende en vroeg : „En kunt gij niet verlost worden?" Zij antwoordden: „De voorwaarden zijn veel te zwaar. In zes jaar moogt gij niet spreken en lachen en moet in dien tijd zes hemdjes van sterrenbloemen naaien. Indien er in dien tijd één woord over uw lippen komt is alles vergeefs".

Toen zij uitgesproken hadden was het kwartier voorbij en vlogen zij weder als zwanen 't venster uit. Het meisje besloot nu haar broeders te verlossen of te sterven. Den volgenden morgen ging zij er op uit de sterrenbloemen te zoeken. Zij praatte en lachte tegen niemand en bleef maar aan het werk. Eens dat de koning in het woud jaagde kwamen de jagers bij den boom waar zij zat. Op al hun vragen gaf zij geen antwoord, doch schudde maar met het hoofd.

Toen ze steeds aanhielden met vragen wierp zij hun een gouden halsketting toe meenende hun te-

Sluiten