Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noordelijk Amstelland bespoelde, liep ook tot de Beverwijk. En dit laatste vooral is een reden voor mij, om te gelooven, dat de gravin Adelheide, Ada en Van Loon niet binnen Haarlem, maar in de nabijheid van Beverwijk op Oud-Haarlem hun verblijf hadden gevestigd, want als gij slechts het oog wilt vestigen op een kaart van Nederland in de twaalfde en dertiende eeuw, zult gij zien, dat het voor Gijsbrecht Van Amstel gemakkelijk was, hen door middel van een schip uit de Beverwijk te verlossen. Dat er gevaar aan was verbonden, is buiten twijfel, want Kennemerland en Amstelland waren oproerig, wegens de plaats gehad hebbende gebeurtenissen; nochtans gelukte het Van Amstel, hen veilig te Utrecht te brengen.

Maar waar was Ada? Deze ongelukkige vorstin bevond zich niet onder de hoede van Gijsbrecht Van Amstel. Verlaten van haar moeder en van haar echtgenoot, ontsnapte zij ternauwernood aan het gevaar van door Wouter Van Egmond en Albert Banjaard gevangengenomen te worden. Begunstigd door een donkeren winternacht, gelukte het haar, met, Rutger Van Meerheim en Oost Van Vorne, gevolgd door eenige ridders en knapen, op den burcht te Leiden te ontkomen en daar een wijkplaats te vinden. Wat de reden is, waarom zij zich niet bij haar moeder en haar gemaal bevond, is ons niet recht duidelijk. Is zij van die beiden gescheiden geworden op het oogenblik, dat de saamgezworen edelen het slot binnendrongen en dat ieder voor zichzelf een goed heenkomen moest zoeken? Zoo ja, dan heeft zich Lodewijk Van Loon flauw gedragen, door in deze ure des gevaars zijn jonge oner-

Sluiten