Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beste middelen van aanval waren de vuurslingerwerktuigen en de evenhoogen. Door behulp der eersten werden pik en teer, in een pak van vlas saamgebonden en in brand gestoken, in de sterkte geworpen, om op verschillende plaatsen brand te doen ontstaan. De laatsten waren voor de belegerden gevaarlijker. Het waren kolossale machines, die men zoo hoog als den muurwal kon opschuiven en welke, langs stevige breede ladders beklommen, in staat waren den vijand in grooten getale tegenover de belegeraars te plaatsen. De zijden dezer evenhoogen waren met versche koehuiden behangen, om het verbranden van het werktuig te voorkomen, daar de belegerden ijverig in de weer waren, allerlei brandende stoffen op deze evenhoogen te werpen.

Dat zulk een beleg, vooral als er van weerszijden met evenveel moed gestreden werd, van langen duur moest zijn> ligt in den aard der zaak, doch het schijnt toch, dat dit bij deze gelegenheid niet het geval is geweest. De belegeraars toch vonden grooten steun bij de Leidonaars, van welke de meesten Graaf Willems zijde met hart en ziel waren toegedaan, en daar de burcht niet tijdig genoeg van overvloedigen leeftocht voorzien was, om een langdurig beleg te kunnen doorstaan, oordeelde men zegt de historie — „dat men het uiterste door een tijdig overgeven behoorde te voorkomen1)."

Nu is de vraag: wanneer is het beleg begonnen en hoelang heeft het geduurd?

') Zie: Vossius. bladz. 118.

Sluiten