Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ledige handen behoeft te zitten, en zoodra ik kan, zal ik naar Leiden gaan en ook naar Katwijk, om daar hoogte van zaken te nemen."

Deze woorden waren wel in staat, om Klaaske eenigszins gerust te stellen. Ik zeg eenigszins, want zekerheid had hij niet, en iemand, die in het onzekere rondtast, kan niet gerust zijn. Maar ook al hadden Hendrik en Heinse gelijk en was hij geen moordenaar, die menschenbloed had vergoten, dan toch liet hij bij de gedachte aan het ouderlijke huis het hoofd op de borst hangen. Hoevele tranen zou zijn lieve moeder schreien, nu zij haar eenig kind miste! En als de eerste drift zijns vaders afgekoeld was, zou hij dan niet in droefheid verzonken zijn? O, als hij nu niet zoo ver van het huis geweest was, gewis ware hij zijn ouders in de armen gesneld, zou hij schuld beleden en om vergeving gesmeekt hebben. Doch dat ging nu niet, daar hij moest afwachten wat Hendrik en Heinse zouden doen.

Doch hij zou lang kunnen wachten. Sedert dien nacht, toen Graaf Willem zoo onverwacht op het slot van Heer Filips gekomen was, hadden de zaken in den omtrek, en vooral te Leiden, een anderen keer genomen. Ik heb u reeds gezegd, dat Heer Jacob Van Wassenaar, burggraaf van Leiden, de partij van Willem had gekozen, en daar de stad nu zonder hoofd was, Lodewijk Van Loon haar aan zijn zijde wist te krijgen. Dit was evenwel niet zonder bloedvergieten geschied, en voordat Hendrik nog gelegenheid had, binnen Leiden te gaan, om bij Klaaske's vader een goed woord voor den jongen te doen, was het gerucht reeds tot hem doorgedrongen, dat vele inwoners,

Sluiten