Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder welke Klaaske's ouders, de vlucht hadden genomen naar het Sticht, waar zij zich veiliger waanden dan in een stad, die beurtelings genomen en hernomen kon worden.

No kunt gij u de verlegenheid van den jongen voorstellen. De zaak was thans geheel omgekeerd; in plaats dat zijn ouders naar hem zochten, moest hij naar hen zoeken, en in plaats van te vreezen, moest hij zich nu het verwijt doen, dat hij zich niet bij hen bevond, om hen op hun vlucht te ondersteunen. En aan wien zou hij thans zijn leed klagen? Hendrik was weg, Heinse was heengegaan, alle lijfeigenen, onderhoorigen en knechten van Heer Filips Van Wassenaar — die heer was van \ oorburg, Voorschoten, Katwijk, Zandhorst en andere dorpen — waren te wapen geroepen, om Leiden en den burcht, die zich in de macht van Ada en Lodewijk bevonden, te bemachtigen. Het jagershuisje stond alleen in het kale woud, want Hendriks vrouw was — mede wegens de oproerige tijden — bij haar moeder te Haarlem gebleven, en Klaaske, die geen zin en ook geen rust had, om dagen en weken achtereen alleen in die dónkere en eenzame woning te verwijlen, wist geen ander middel dan zich een dikken esschen stok te snijden, de dieur achter zich toe te trekken en... heen te gaan. Maar waarheen? Naar Delft, om een toevlucht te zoeken bij zijn oom tegen den toorn zijns vaders? Maar dit behoefde immers thans niet. Naar Leiden? Dat nog veel minder, want daar vlogen de pijlen, speren en steenen, aljs hagelkorrels wijd en zijd in 't rond. Zoo stond ons Klaaske dan met zijn stok in de hand, en zag met een

DE STRIJD OM EEN KROON. 4

Sluiten