Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikke lip en neergeslagen bli,k op den grond, alsof deze hem een antwoord zou kunnen geven op de vraag: waarheen? Dit doen vele menschen, maar ik geloof, dat zij daarin verkeerd handelen. De bestoe wijze om te weten wat wij moeten doen is den blik omhoog te slaan naar den hemel, en moge deze ook bewolkt zijn, boven wolken, zon, maan en sterren troont een Almachtig God, die niemand verlegen laat staan en allerminst iemand, die Hem vraagt: „Heer, wat wilt Gij, dat ik doen zal ? Dat ons Klaaske dit niet deed — ach, gij moet het hem vergeven. Hij leefde in een tijd, toen zelfs de priesters nog ternauwernood een Bijbel kenden en de geheele godsdienstoefening bestond in het prevelen van gebeden in de Latijnsche taal, die de gemeene man niet begreep. De Bijbelsche historie was zóó vermengd met fabelen en legenden, met levensgeschiedenissen van kerkheiligen, dat de leek nooit waarheid van verdichting kon onderscheiden. Over het algemeen was er weinig waarachtige vreeze Gods; de meeste menschen vreesden God, zooals een dief den rechter vreest, en men verkeerde in de dwaling, dat God, die toch den mensch liefheeft, en niets vuriger begeert dan diens zaligheid, door het doen van goede werken, boetedoeningen enz. moest uitgelokt worden, om barmhartig te zijn. Derhalve was het geen wonder, dat Klaaske niet naar boven keek. Hij was bang voor God.

En toch hier kon hij niet langer blijven. De voorraad van levensmiddelen was uitgeput, en er bleef hem dus

waarlijk niets anders over dan op goed geluk den

weg op te gaan. En gaandeweg geloofde hij het beste

Sluiten