Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Sticht aangenomen en moest voor een groote som gelds de voorspraak van den bisschop bij den Duitschen keizer koopen. Hierdoor kon hij dan ook op den bijstand va»n den kerkvoogd rekenen en niet alleen op hem, maar ook op verscheidene andere vorsten en edelen, die min of meer van dien machtigen bisschop afhingen, onder anderen, den bisschop van Luik, den hertog van Limburg, den markgraaf van Namen, den graaf Van den Berg, den graaf Van der Are, broeder des bisschops. Bovendien had Lodewijk menigen vriend en bondgenoot, onder anderen IJsbrand en Gerard Van Haarlem, Arnold en Hendrik Van Rijswijk, Jan Persijn, heer van Waterland en later ook Simon Van Haarlenij die de partij van Graaf Willem verliet. Al deze ridders, edelen en bisschoppen brachten een groot leger op 'de been, en Lodewijk Van Loon stond gereed, den aanval op Holland te beginnen.

Om dezen aanval af te weren vertrok Graaf Willem naar Holland, stelde het bewind over Kennemerland in handen van Wouter Van Egmond, en Albert Banjaard, mannen op wie hij rekenen kon, en belastte zijn broeder Floris, zijn behuwdbroeder Otto, Willem van Teilingen en Filips Van Wassenaar, benevens andere getrouwe leenen dienstmannen, met de verdediging van de plaatsen, die aanstonds voor den aanval bloot lagen, en bij welke plaatsen twee verschansingen opgeworpen waren, een te Zwadenburg (Zwammerdam) aan den Rijn, en de andere te Busch (Boskoop) aan de Gouwe. Maar zoo voordeelig deze verdedigingslijn voor zijn stamvader Dirk III geweest was, zoo noodlottig zou zij voor hem worden.

Sluiten