Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die gemakkelijk met zijn benden, die te IJselstein liggen, overmeesteren. En ik vrees, dat het daartoe komen zal."

„Waarom zoo vreesachtig, Wassenaar?" riep Willem Van Teilingen uit.

„Ik zou niet vreezen, als er geen grond voor bestond," antwoordde Heer Filips Van Wassenaar ernstig. „Gij weet wat er sedert eenige dagen gebeurd is."

„Slechts gedeeltelijk weet ik het," antwoordde Van Teilingen. „De gebeurtenissen hebben mij zóó verrast, dat ik haar loop nog niet goed heb kunnen nagaan. Wees zoo goed ze mij te verhalen."

„Dat wil ik wel," antwoordde Van Wassenaar^ die zich den stalen helm een weinig vaster op het hoofd drukte. „Gij weet, dat Graaf Willem besloten had, een afwachtende houding aan te nemen, vooral om tijd te winnen zijn benden te verzamelen tegen de groote krijgsmacht, die Van Loon — die indringer! heeft bijeen gebracht. Doch de Kennemers waren te veel verbitterd op Gijsbrecht Van Amstel, die Adelheide en Van Loon in hun vlucht was behulpzaam geweest, dan dat zij wachten wilden, en dwongen Wouter Van Egmond en Albert Banjaard tot den aanval. Onze graaf, tegen den stroom dier volksmeening niet bestand, te meer daar hij hun verbittering deelen moest, liet het toe, en nu drongen zij — de Kennemers — over Haarlem Amstelland binnen, staken den Amsteldijk door, zetten het lage land onder water en vernielden het slot van Gijsbrecht1).

') Waar heeft het slot van de heeren Van Amstel gestaan? Er is hierover veel geschreven, maar zekerheid heeft men niet verkregen.

Sluiten