Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men te hebben, zocht Van Loon Graaf Willem in Zeeland op. Hugo Van Voorne, een vriend van Ada's gemaal, maakte zich van geheel Zeeland beooster Schelde meester, en Lodewijk drong zóó op Graaf Willem in, dat deze ternauwernood kon ontsnappen, en zich slechts, door zich in een schuitje onder visschersnetten verscholen te houden, aan de nasporingen zijner vervolgers wist te onttrekken, waarna hij zich naar zijn gezin begaf, dat zich te Oudorp, tegenover Alkmaar in Friesland, ophield.

Wel zag het er dus treurig uit voor onzen Hollandschen graaf. Het gansche graafschap was in de macht van den indringer, terwijl hijzelf niet meer durfde te rekenen op de trouw zijner edelen. Doch wie ook afviel, Egmond, Van Teilingen en Wassenaar betoonden zich als kloeke edellieden, die ook in het grootste gevaar hun vorst bleven aankleven.

Er kwam echter verademing voor Willem, en schoon de volle zon der glorie nog niet voor hem opging, toch geschiedde er iets, dat hem toescheen de dageraad van een schoonen dag te zijn. Wat dit was zal ik u in het volgende hoofdstuk mededeelen.

En Hendrik, Heinse en Klaaske?

Klaaske behoorde ook tot dezulken, die liever langs 's Heeren wegen wandelen, dan ergens aan een boom te hangen tot spijs voor de raven en tot schrik van de voorbijgangers. Zoodra hij vernomen had wat er had plaats gegrepen, nam hij zijn beenen op en liep wat hij loopen kon, zonder om te zien naar den zak van den

Sluiten