Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graankooper. Er waren thans drie dingen, waarvoor hij bevreesd moest zijn: het eindje touw, de Katwijksche nacht, en de toorn der Hollandsche bevelhebbers, welke laatsten niet met zich lieten spotten. Gelukkig voor Hendrik én Heinse geschiedde de overval der bisschoppelijken zóó haastig en overweldigend, dat er tijd noch gelegenheid overbleef, om hen — vooral Hendrik, die zich met den verspieder had ingelaten — naar verdiensten te straffen. De Hollandsche legerplaats werd overrompeld, en vele krijgsbenden, onder welke ook onze beide jagers waren, moesten als gevangenen den triumftocht des kerkvoogds medemaken, totdat zij eindelijk naar Utrecht

werden medegevoerd.

Hendrik zal later wel veel aan zijn vrouw te vertellen hebben gehad, altijd in de veronderstelling, dat zij naar hem wou luisteren, wat zelden gebeurde, daar zij meestal — als zij te huis was — het grootste woord had.

Sluiten