Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

momd als slagersknechten, die ieder een achterdeel van een varken op den rug droegen —- hetwelk als een geschenk voor de vrienden in Holland dienen moest — trokken Hendrik en Heinse bij het vallen van den avond de poort uit. Of des varkens achterdeel zonder schade ter plaatse zijner bestemming is aangekomen durf ik niet verzekeren; ik geloof zelfs, dat Heinse, die altijd hongerig was, onderweg er iets van heeft toebereid — maar dit weet ik, dat de beide jagers na lange omzwervingen op Hollandsch gebied aankwamen en, terstond van wapens voorzien, aan den strijd tegen Lodewijk Van Loon deelnamen. Hendrik zou wel gaarne eerst een kijkje genomen hebben in zijn jagershuisje, maar vooreerst lag het geheel buiten zijn weg en ten anderen geloofde hij niet, dat zijn vrouw te Wassenaar was. Beide vrienden maakten den geheelen veldtocht mede van de Kennemers tegen Leiden en moesten opnieuw den tegenspoed van den krijg ondervinden. Doch toen ook ging in gansch Holland een noodkreet op, en ieder, die slechts een wapen kon dragen, schaarde zich onder de verdedigers des geliefden vaderlands. Aan deze roepstem konden ook Klaas Janssen en zijn zoon geen weerstand bieden, en zich voegende bij het leger van Graaf Willem, rukten zij met hem naar Rijswijk.

Wij hebben gezien, hoe gelukkig deze tocht voor Holland afliep, en na den vijand voor altijd over de grenzen verjaagd te hebben, zien wij onze vier vrienden zoo smakelijk rondom dat vuur zitten. Heinse's arm was moe van het draaien en zijn maag plat van den honger. Gelukkig voor hem, was de schapebout gaar, en dat er

Sluiten