Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote verwondering rende de vrouw, zoodra zij hem had zien aankomen, zóó haastig den weg op, dat de slachter moeite had haar in te halen, waarop zij, ziende, dat zij hem niet ontloopen kon, ten laatste stilstond en met bevende lippen tot hem zeide:

„Ach, lieve Klaas Janssen, ik wil het maar bekennen, mijn man heeft het schaap gestolen!"

„Wat — wat vertelt gij van een schaap gestolen?" riep Klaas Janssen. „Dat komt hier niet te pas. Gij moet mij en mijn zoon, die daar ginds zit, vertellen, wat er ..

„Het was toch uw schaap/' viel hem de vrouw in de rede.

„Mijn schaap! Mijn schaap!" herhaalde de slachter. „Wat weet ik van een schaap!"

„Het was het schaap, dat u verleden jaar November ontstolen werd," verzekerde de vrouw.

Nu ging eensklaps Klaas Janssen een licht op. De vrouw had gelijk. Hem was een schaap ontstolen, en onderwijl hij er op uit was, dit te zoeken, had zijn zoon dat ongeluk met het slachtmes gehad, dat zulke beklagenswaardige gevolgen na zich sleepte. Maar wat ook de vrouw zeide en hoe zij tegenspartelde, het hielp niet: Klaas Janssen hield haar vast, alsof hij een koe bij d& horens had, bracht haar bij de vrienden, en haar op een blok hout neerzettende, zeide hij tot Klaaske:

„Daar hebt gij 't wijf! Vraag haar thans wat er dien nacht gebeurd is."

Een kwartier later begon Klaaske's hart veel rustiger te kloppen. De vrouw had hem geheel en al gerustge-

Sluiten