Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij stierf op den vierden Februari 1223 en werd door zijn zoon Floris IV opgevolgd.

Als gij dezer dagen het land van Luik doorkruist, zult gij in de nabijheid van Hasselt een kleine stad aantreffen, die door het landvolk Loon wordt genoemd. Op den top eens heuvels niet ver van dit vlek zult gij de bouwvallen zien van den ouden grafelijken burcht der Van Loons, een slot, afkomstig uit een eeuw, toen Amsterdam nog moest gesticht worden en Holland nog een leen was van Duitschland1). Op dezen burcht heeft Lodewijk Van Loon gewoond, maar het is niet zeker, dat hij aldaar gestorven is. Hij overleed 29 Juli 1218 ten gevolge van vergif, hem en zijn broeder Hendrik, gewezen domproost van Maastricht, door de hand eens onbekenden toegediend, en werd te Herkenrode begraven.

Ook hier, op dien burcht der Luiksche Van Loons, heeft de ongelukkige Ada, het arme slachtoffer van den strijd tusschen twee verwanten en van de eer- en heerschzucht harer moeder — ook hier, zeg ik, heeft Ada, de gemalin van Lodewijk Van Loon, de geheele tweede helft van haar leven doorgebracht. Toen haar gemaal haar in 1207 uit Engeland haalde, moest zij, verre van haai* geboortegrond, op dit eenzame kasteel haar laatste dagen slijten, en hoewel het niet zeker is, in welk jaar zij stierf, zoo is er toch grond, om te vermoeden, dat zij in 1218 dit aardsche leven vaarwel zeide. Dat leven was waarlijk

') Zie C. D. Busken Huet: Ada van Holland, Leiden bij A. W. Sijthoff 1866.

Sluiten