Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ay herel" sprak dlam, „was segdi?

Dwater comt van u te mi."

„Ja," seide di wolf: „vloecstu mi toe?"

L)lam antworde: „Here, in doe."

„Du doest," sprak hi: „dus (lede dijn vader

Willen eer, en dijn geslachte algader."

Dlam sprac: „In was doe niet gheboren,

Twi soudicer af hebben toren?"

Noch seide die wolf: „Horic di spreken?

Ic wane wel ic saels mi wreken."

Die wolf sloech te sticken en scoert.

Dlam nochtan hads niet verboert.

Dus vint I quaet man occusoen

Als hi den goeden quaet wille doen.

Als een vlijtig vertaler en omwerker van voortbrenselen der Fransche letterkunde is bekend een zekere Nikolaas Van Haarlem, die aan het hof van Dirk VI leefde, en daar men het voor waar houdt, dat hij Graaf Willem op zijn kruistocht heeft vergezeld, is het zeer wel aan te nemen, dat ook Ada met hem bekend was en hij haar van zijn geschriften en vertellingen inzage zal gegeven hebben. Ik sprak ook over muziek. Men had toen ter tijd reeds in verscheidene kerken orgels, maar die van zulk een verbazenden omvang waren, dat er in kamers geen plaats voor was. Het is evenwel mogelijk, dat Ada de harp of citer heeft bespeeld, en waarlijk, zij mocht wel in haar eenzaam leven eenig dergelijk genot smaken. Ook is het niet aan twijfel onderhevig, of zij zal nu en dan een uur aan vrome, kerkelijke bezigheden gewijd hebben, maar of deze Ada blijmoedig hebben gestemd en of zij daarbij met vreugde aan den hemel gedacht heeft, geloof ik niet Het zag er in "haar tijd

DE STRIJD OM EEN KROON. 6

Sluiten