Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slaap kon komen; er ging van alles in haar hoofdje om. 0, zij zon wel alles willen geven, als haar papa maar gezond en sterk werd; maar wat kon zij er aan doen ? In eens schrikte zij in zich zelf: ja, zij kon er toch wel wat voor doen! En toen ze alles nog eens goed overdacht had, viel zij in een gerusten slaap.

Toen den volgenden morgen Fee en haar papa na het ontbijt een wandeling deden door het mooie park, zei het meisje in eens heel ernstig: „Paatje, u bent toch geen echte rozefeei; daarvoor zijn uw wangen veel te bleek!"

De vader begon hardop te lachen.

„Neen, een Rozefee ben ik niet en zal ik ook nooit worden," zei hij, en toen hij merkte, dat Fee wat teleurgesteld en verwonderd keek, streek hij haar liefkoozend over het golvende goudblonde haar en liet er op volgen: „Ik geloof, dat ik je toch wel begrijp, liefje, al moest ik ook even lachen. Mama heeft je zeker verteld, dat de dokter vindt, dat ik ziek ben. Maar het is zoo erg niet, hoor!"

„Maai1 u moet toch doen, wat hij zegt; dat moest ik ook, toen ik de mazelen had. En u moet op reis gaan, heel alleen met mama, en ik blijf hier!" Fee kneep de lippen stijf op elkaar, toen ze dat gezegd had, en ze keek snel den anderen kant op. Haar lipjes begonnen verraderlijk te trillen en haar oogjes werden wat wazig, en dat mocht papa niet zien.

Papa zei eerst niets; maar na een poosje vroeg hij: „Weet je wel, dat het heel lang zou duren?"

„Dat's niets I" zei Fee heel kortaf, en weer klemde ze de lippen op elkaar.

„Je bent een dapper klein meisje," zei papa, die best begreep, wat er in het hart van zijn dochtertje omging. „Als ik het doe — maar ik weet het nog volstrekt niet — dan moet je mij één ding beloven?"

„Wat dan, pa?" vroeg Fee nieuwsgierig.

„Dat jij in dien tijd een echte, een echte versta je, een echte rozefee zult worden. Nu, wat zeg je er van?"

„Ik zal mijn best doen, paatje, en als u dan terugkomt, slaan

Sluiten