Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor den dag. We kunnen wel heel stilletjes aan den kant gaan zitten bij den dikken beukeboom."

„Zullen we dat niet liever voor een anderen keer bewaren," zei tante Lize. ,,'t Wordt nu zoo zachtjes aan ook tijd om naar huis te gaan. En we moeten niet te veel op eens hebben."

„Ik geloof, dat ik den weg naar huis best alleen zou kunnen vinden," zei Fee. „Ik heb er heel goed op gelet, telkens als we een bocht maakten."

„Als Jaap tijd heeft, wil ik toch liever hebben, dat hij nog een eindje met ons meegaat," zei tante Lize, en Jaap knikte. Na een half uur zagen ze het buiten vlak voor zich, en toen namen ze afscheid van Jaap, die nu zonder de minste verlegenheid tante Lize de hand gaf.

„O, tante, wat heb ik een honger gekregen!" zei Fee, toen ze de eetkamer binnentrad, waar de kamermeid juist bezig was te dekken.

„Dat doet mij plezier," antwoordde tante. „Kijk me eens goed aan! Ja, waarlijk, ik zie het begin van een mooie roos op elke wang, en als je nu nog flink eet, zullen die rozen wel gauw gaan groeien, en dan heb ik alle hoop, dat je werkelijk een rozefee wordt."

II.

't Was een mooie zomer, en Fee zwierf bijna eiken dag rond, nu eens hier, dan daar. Dikwijls ging tante Lize mee; maar 't gebeurde ook nog al eens, dat ze alleen met Jaq.p tochtjes maakte. Tante Lize had wel gemerkt, dat zij hem het meisje kon toevertrouwen. Fee had nu niet meer zulke fijne, lichte jurkjes aan, die 't niet velen kunnen, dat men er mee tusschen een heg door kruipt; ook geen lage goudleeren schoentjes meer met opengewerkte kousjes, die heel mooi zijn om te zien, maar volstrekt niet, om mee te ravotten en zwerftochten mee te doen, waarbij men wel eens door laag, vochtig weiland komt of zelfs wel, van den eenen steen op den anderen springend, een beekje oversteekt. Neen, Fee's kleeren waren er nu flink op berekend,

Sluiten