Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om haar te dienen, en dat is heel wat beter dan om er mee te pronken.

En toch riep ieder, die het meisje zag, onwillekeurig uit: „Wat ziet ze er goed uit! 't Is een lust, om haar aan te kijken!"

Ja, dat was het: haar oogjes tintelden van levenslust en opgewektheid, en de rozen op haar wangen verschenen en verdwenen niet, maar ze bleven er.

Zoo was ongemerkt de herfst gekomen met stormen en regenvlagen en daartusschen in nog verscheidene mooie dagen. Maar weer of geen weer, Fee ging uit; zij wachtte niet eens altijd, totdat Jaap haar kwam halen, zij ging bijna even dikwijls naar hem toe, en soms ook bleef zij onder een boom zitten, totdat zij hem zag naderen.

Dat wachten duurde wel eens geruimen tijd; want Jaap moest al dikwijls helpen op den deel of op het veld; maar ons meiske verveelde zich nooit. Er was ook zoo veel op te merken. Zij bespiedde de vogels, de haasjes en konijntjes, de waterratten met hun slimme, glinsterende oogjes en de vlugge, sierlijke eekhoorntjes. Van die bruine knabbelaartjes hield zij bijzonder veel, en als zij zoo stilletjes onder den dikken boom zat, dat haar lievelingsplekje geworden was, dan duurde 't in den regel niet heel lang, of ze hoorde wat. Dan bleef ze doodstil zitten, haast bang om zich ook maar even te verroeren, en ja, daar kwam eerst nommer een met een eikel in den bek nader, en meestal volgde niet lang daarna ook nommer twee; een enkelen keer had zij er vier geteld, die niet ver van elkaar onder het al bruin geworden looverdak van een forschen eik rondsprongen.

Zij wist ook heel nauwkeurig, waar zij de kneutjes en de vinken en de meesjes kon vinden, en ze had er altijd een bijzonder plezier in, om de slanke meesjes, die haast onder aan de takjes schenen te hangen, zoo druk bezig te zien. Zij verbeeldde zich vaak, dat zij uit hun gepiep best wijs kon worden, en zij twijfelde er niet aan, of, als zij goed haar best deed, zou zij weldra de vogeltaai uitstekend verstaan. Dat de beestjes haar verstonden, bleek dien winter duidelijk genoeg. Zij had hun herhaaldelijk beloofd, om hen door den barren winter heen te

Sluiten