Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Maai ik heb het toch eigenlijk alleen geleerd, in mijn bed," zei Fee.

„Nu ja, erkende Jaap, „maar ik heb het je toch voorgedaan wel honderd keer, geloof ik!"

Daar viel niets tegen in te brengen, en dus bleef Jaap de eer houden van Fee's vaardigheid in 't fluiten. En Fee was wat trotsch, dat Corre nu even gauw bij haar kwam als bij Jaap. Een anderen keer had Jaap het nestje van een karekiet ontdekt. „Maar ik weet niet, of ik 't je wel kan laten zien," zei hij met een vragenden blik op tante Lize, die met haar handwerkje op de steenen bank zat, terwijl de kinderen een oogenblik rustig bij haar stonden.

„Is dat dan zoo moeilijk, Jaap?" vroeg tante Lize. „Ja, juffrouw," antwoordde de jongen. „Van den oever af kunnen we 't onmogelijk zien, en ik weet niet, of Fee in boer Larens boot mag. Hij heeft gezegd, hij wou ze ons wel eens leenen."

„Waar zit dat nestje dan?" vroeg tante weer, die nog nooit een karekiet had gezien en ook niets van de levenswijze van dien vogel wist.

„In 't riet," was het antwoord; „even boven 't water." „Och toe, tante, laten we dat eens gaan zien! Dat zal aardig wezen! riep Fee, en daar tante ook wel benieuwd was, om het nestje te zien, werd er besloten, dat ze met hun drieën er heen zouden roeien in Larens boot.

Jaap ging op een draf de boot te leen vragen, en Larens oudste zoon, een stevige jongen van zestien jaar, stapte in het vaartuig om de gasten te roeien. Tante en Fee waren in de richting naai' de boerderij geloopen en werden onderweg opgenomen.

„Waar is het nest? Weet je het wel goed?" vroeg Fee in gespannen verwachting.

„Heel sekuur weet ik het," antwoordde Jaap beslist. „Net tegenover die beide oude knoestige wilgen. We zijn er 'óver tien minuten."

Toen ze een eind verder waren, zei Jaap: „Nu moet je naar

Sluiten