Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dat was maar goed; anders had zij dien nacht misschien niet zoo rustig kunnen slapen. Nu was de tijd van vertrekken aangebroken nog haast eer zij het wist. Toen kwam nog die lange, lange reis; maar daar merkte zij niet veel van; want het grootste gedeelte bracht zij slapend door. De zon was al een paar uur op, toen zij wakker werd. Een oogenblik keek zij verbijsterd rond; zij moest zich eventjes bezinnen, waar zij was; toen riep zij plotseling uit: ,,0, tante Lize, nu zijn 't geen dagen meer ; nu behoef ik nog maar de uren te tellen. Hoe laat is het?"

„Kwart voor zes," was het antwoord. „Ik heb me al wat opgefrischt; ga jij je nu ook, zoo goed als het hier gaat, was-

elkaar op de bank, nog een oogenblik, en de trein hiclcl stil onder een hoog en statig gewelf. Het portier werd opengeworpen, een oogenblik keek Fee angstig rond, toen jubelde zij: „Papa! Mama!"

schen. Hier zijn je pantoffeltjes."

Tante Lize en Fee reisden in een slaapwagen, zoodat ze alles konden krijgen, wat ze noodig hadden, om zich te wasschen. Toen Fee klaar was, zich aangekleed had en haar nachtgoed en verdere zaakjes met tante's hidp in haar taschje had gepakt, bestelde tante het ontbijt en gingen ze beiden naar de restauratie, die zich ook al in den trein bevond. Zoo gingen de laatste minuten ongemerkt voorbij en naderde het oogenblik, dat Fee haar ouders zou weerzien.

Daar liet de locomotief een lang gerekt gegil hooren; tante Lize zette alle bagage bij

Sluiten