Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ie haar 'f eerst in de armen genomen had en aan zijn hart gedrukt, wist ze later niet meer. Zij voelde alleen maar, hoe innig gelukkig ze was, en toen hoorde zij papa zeggen met zoon krachtige, mooie stem, die heel anders klonk dan vroeger: „Je hebt werkelijk woord gehouden,! Je bent een echte Rozefee geworden! Niet waar, mama? Vindt je ook niet?"

„Ja, ze heeft wangetjes om in te bijten," zei mama. „Maar wat zeg je van papa, Fee?"

„Die is geen Rozefee geworden," antwoordde het kind lachend; „maar gelukkig toch ook geen Moriaan. Die kleur van pa...." Fee bedacht zich. „O, nu weet ik het al," riep zij toen uit, „precies Jaaps zomersproeten, maar allemaal aan elkaar, niet élk afzonderlijk!"

Papa en mama barstten beiden in lachen uit. Toen zei papa op eens: „Maar waar is tante Lize gebleven?"

„Iliei hen ik, zei tante Lize. „Ik heb mijn retju intusschen aan een besteller gegeven. Wel, ik moet zeggen, Fee heeft het zoo mis niet."

Ze drongen nu door de menigte heen, stapten in een klaar staand rijtuig, en weldra waren zij buiten de stad voor een mooie villa aangeland. Daar hadden Fee's papa en mama de laatste \ eertien dagen verblijf gehouden, en ze bleven er nog veertien dagen met tante Lize en Rozefee samen. En die laatste veertien dagen waren de prettigste van al den tijd, dien ze op reis waren geweest, verklaarden ze beiden te gelijk. Toch waren ze nog meer in hun schik, toen ze weer thuis waren.

En Fee kon haar geluk haast niet op; papa stoeide en ravotte met haai zoo wild als zij maar wenschen kon, en hij werd er nooit moe van. En als mama eens een enkelen keer lachend zei : „Scheid toch eens uit, man!" dan antwoordde hij: „Ik moet toch zorgen, dat onze Fee een echte Rozefee blijft en dat ik mijn zomersproetkleur niet verlies!"

Jaaps hoofd kwam nog dikwijls boven den muur uitsteken, en heel vaak ging Fee met hem ronddwalen door den omtrek. Het volgende jaar kwam er echter een einde aan; toen moest de jongen geregeld werken op de boerderij.

Sluiten