Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drie; maar 't'gaat hem iniet best af. 't Is eigenlijk geen karrehond; maar wat kan een mensch er aan doen? De poot van Pluto zal, denk ik, over een dag of tien wel weer beter zijn."

„Arme Polio," zei Benno, en hij wilde verder gaan; maar de hond zag hem nu haast verwijtend aan, verbeeldde hij zich, en het dier kreunde zacht.

In eens keerde Benno zich weer tot den koopman en zei: „Als die hond toch niet veel voor je waard is, zon je hem misschien wel kwijt willen zijn, niet waar, Jansen?"

"Dat nu juist niet, antwoordde Jansen. „Mijn vrouw en de kinderen zijn zeer aan hem gehecht. Maar wat wou mijnheer er voor geven?"

Benno wist een heelen tijd niet, wat hij antwoorden moest, omdat hij evenmin wist, wat hij doen zou. Hij was al een poos van plan geweest een hond aan te schaffen; hij had er al dikwijls met zijn moeder en zijn zuster over gesproken, en al hadden beiden eerst wel wat bezwaar gemaakt, omdat een hond op een bovenhuis nog al lastig zou zijn, zij waren toch geëindigd met het plan goed te vinden. Maar, vonden zij, dan moest hij ook een heel mooi dier nemen, een echten rashond. En hij zelf had dat ook altijd gewild.

En nu? 't Was, alsof Pollo's oogen zijn blikken met kracht naar zich toe trokken; neen, hij kon dien hond niet aan zijn lot overlaten.

„Noem zelf den prijs," zei Benno eindelijk.

„Twaalf gulden, mijnheer," waagde Jansen te zeggen.

Zonder een woord hierop te zeggen, ging Benno heen; maar hij had nog in der haast den hond een blik toegeworpen, dien deze best scheen te begrijpen; hij kwispelstaartte ten minste en rekte zich daarna eens kalm uit.

„ t A\ as ook wel wat veel," bromde de kippenkoopman. „Maar hij zag er net uit, alsof hij iederen prijs goed zou vinden. Als ik achl, gezegd had, zou hij misschien terstond hebben toegebeten. Het is een lief dier; maar wij hebben weinig nut van hem, en alleen voor plezier kunnen wijlui geen hond houden."

Jansens gedachten werden afgeleid door een aardig dienst-

Sluiten