Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,Zoo, jongen, ga je naar 't kantoor?" zei ze, toen zij de deur hoorde opengaan en haar zoon zag binnenkomen. „Maar wat voor vreeselijk dier heb je daar bij je? Dat is toch niet de hond, dien je woudt aanschaffen? Wat kleur heeft hij eigenlijk? Ik zie niets dan modder, en wat ik ruik, zal ik maar niet zeggen 1"

Benno glimlachte even en zei: „Voordat er veertien dagen verloopen zijn, moederlief, zult u Polio niet weer willen missen en niet tegen den kostbaarsten rashond ruilen."

.Mevrouw Van Driest lachte, maar haalde toch twijfelend de schouders op.

Nu ging Benno met den hond naar de keuken, waar de meid bezig was met het poetsen van het fornuis.

„Hemel, mijnheer," begon zij, toen zij den nieuwen huisgenoot zag; maar Benno liet haar niet uitpraten.

„Mina," zei hij, „je houdt van dieren en vooral van honden. Zie dit arme dier nu eens in de oogen, dan durf ik wedden, dat al je tegenzin en je bezwaren verdwijnen. Ik moet gauw gaan, 't is hoog tijd. Toe, zorg een beetje voor Polio, terwijl ik op 't kantoor ben. Dag, Mina!"

„Dag, mijnheer," zei Mina, en ofschoon met een weinig tegenzin, omdat het dier zoo vuil was, hurkte zij bij hem neer en streek hem over den kop. En ja, 't was, zooals mijnheer Benno gezegd had, toen Polio haar met zijn mooie oogen aanblikte, werd al haar medelijden voor dit arme verwaarloosde dier wakker; vlug nam zij een diep bord, brokkelde daarin wat wittebrood en goot er eerst wat heet water en daarna een goede hoeveelheid melk over.

„Eet dat maar eerst op, en daarna moet je er aan gelooven, hoor!" zei Mina. „Ik wil graag goede vrienden met je worden; maar dan moet je netjes en zindelijk wezen. Van vuiligheid hou ik niet!"

Nu, dat laatste was zonneklaar voor ieder, die Mina zelf en haar keuken zag; en waaraan Polio gelooven moest, was hieruit ook gemakkelijk te begrijpen.

Terwijl Polio gretig opat, wat hem was voorgezet, maakte

Sluiten