Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mina do noodige toebereidselen voor een flinke reinigingskuur; zoodra het laatste brokje brood en de laatste druppel water en melk verdwenen waren, greep Mina Polio stevig bij den halsband vast. en trok hem onder het bereik van twee emmers water, een bak met groene zeep, een spons en een paar blauwe keukenhanddoeken.

Onbewust van wat hem wachtte, liet de hond haar begaan; maar nauwelijks voelde hij de kletsnatte spons en rook hij de

zeep, of hij schudde zich hevig. Het hielp hem echter niets; Mina hield hem ferm vast en stoorde zich niet aan zijn tegenspartelen. Zij praatte den heelen tijd tegen hem, en dat scheen eindelijk te helpen; rillend en snuivend

liet hij het wasschen ten slotte toe, en toen volgde de belooning.

Juist, toen hij klaar was, maar ondanks het harde wrijven toch nog wat vochtig aanvoelde, kwam Bertha Van Driest de keuken binnen. In zijn haast, om nog tijdig op het kantoor te komen, had Benno haar niets van zijn aankoop gezegd; maar mevrouw had haar er op voorbereid, wat zij in de keuken zou vinden. In plaats van het vieze, vuile dier, dat zij daar verwachtte te zullen zien, keek de schoone Polio haar nu vriendelijk aan, en 'kwispelstaartend naderde hij haar.

,.A\el, beestje, je valt mij mee, moet ik zeggen," riep zij verrast uit. „Dat vind ik aardig van je, Mina, dat je hem terstond zoo goed gewasschen hebt. Maar hij is nog wat rillerig; ik zal hem maar meenemen naar de kamer; daar is de kachel aan, en dan droogt hij gauwer. Er zijn op zolder nog wel een paar oude kleedjes; die zal ik halen; daar moet hij dan inaar op liggen, totdat we een mand voor hem hebben."

Sluiten