Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een paar minuten later lag Polio zich heerlijk te koesteren in de kachel warmte, en telkens kreeg hij een vriendelijk woordje van Bertha, die een echte dierenvriendin was, maar vooral veel van honden hield.

Om elf uur kwam mevrouw binnen, en ook zij was prettig verrast bij het zien van den hond. Het leek wel een ander dier, vond zij. Maar wat was hij toch mager! Nu, dat zou langzamerhand wel overgaan, als hij geregeld het voedsel kreeg, dat hem toekwam.

Polio lag meer dan een uur rustig en kalm bij de kachel met den kop op de uitgestrekte voorpooten; soms leek het, of hij sliep, dan weer dwaalden zijn blikken langzaam de kamer rond, en als zij dan die van mevrouw of Bertha ontmoetten, kwam er beweging in zijn staart. Eensklaps sprong hij op, spitste de ooren en liep naar de deur, die het volgende oogenblik door Benno geopend werd.

De jonge man was verrukt, dat Polio hem zoo hartelijk begroette.

,,Wel, mama, wat zegt u nu van ons hondje?' vroeg hij vroolijk. „Hij voelt zich al heelemaal thuis bij ons. En wat is hij schoon! Heeft Mina hem eens onder handen genomen?"

„Hij kon ook bezwaarlijk ergens zijn aangeland, waar hij 't beter had," zei mevrouw Van Driest lachend. „Als jelui hem nu maar niet bederft. Daar zou je zelf den last van hebben. Ik zal er Mina ook voor waarschuwen; want die is al net zoo gek met dieren als jullie. Wat heb je daar?

„Een hondenborstel, een hondenkam en, waar ik wel mee had mogen beginnen, een brief van Lien, dien ik daar net van den brievenbesteller heb aangenomen."

Mevrouw maakte den brief open, terwijl Benno aan de koffietafel plaats nam.

„Wel kinderen," zei mevrouw eenige minuten later, terwijl zij den brief naast haar bordje neerlegde, „zou je er niet tegen opzien, dat we Dirk te logeeren kregen? Johanna en Frits hebben de mazelen, gelukkig in geen ergen graad ; maar ze schijnen nog al lastig en ongedurig te zijn, zoodat Lien de handen meer

Sluiten