Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Een geduldige, verstandige zieke. "'l S n<3t' °f P0ll° 6en graat iU de keel heeft>" had Dirk

jP3| een paar maal gezegd, wanneer hij den hond op fg^pJrqil zoo'n heesche, benauwde manier hoorde hoesten.

Maar dat was het toch niet; het bleek al spoedig heel wat anders te zijn.

loen dat hoesten na een paar dagen eer erger dan beter werd, liet Benno den veearts eens komen, en die zei, nadat hij het diei onderzocht had: „De hond heeft luchtpijpontsteking; er is zeker den laatsten tijd veel te veel van hem gevergd."

En toen Benno hem meedeelde, dat hij bij zijn vorigen baas voor de kar had geloopen, hernam hij: „Dat verklaart alles! Arm dier! Maar 't is nog niet zoo erg, of we zullen hem met een beetje zorg en moeite wel gauw weer opknappen."

Hij schreef in zijn zakboek een recept op en beloofde het drankje binnen een uur te sturen."

„Zou hij 't wel willen innemen, mijnheer?" vroeg Dirk.

„Dat zal wel wat moeite kosten," antwoordde de veearts; „maar dan moet je hem den eenen mondhoek maar open trekken en daar den drank met een lepel ingieten. Dan moet hij wel wel slikken. En geef hem dan een stukje vleesch na. Over een paar dagen, als het drankje op is, kom ik eens weer kijken naar den patiënt."

Sluiten