Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mag hij wel uit?" vroeg Dirk nog, toen de veearts al bij de kamerdeur stond.

„Ja wel. 't Is zacht weer, en de lucht zal hem goed doen. Maar hij moet niet te veel hollen. Adieu, kleine man. Zorg maar goed voor je vriend!"

Na de koffie zei tante Bertha tegen Dirk: „Wat dunkt je er van. dat jij met Polio me eens wegbracht. Ik moet les geven even buiten de stad, een eindje den Amsterdamschen weg op. Je bent er al geweest, en je kunt den weg terug dus, denk ik, wel vinden, en anders is Polio er ook nog, om je te helpen."

„Dal plan leek Dirk, 'die nog niet alleen uit was geweest; heerlijk toe, en hij riep dan ook vroolijk uit: „Hè, tante, dat is prettig 1"

O]) dat. oogenblik werd het drankje van den veearts gebracht, en terstond zou Polio er een lepel vol van hebben. Benno was gelukkig nog thuis, zoodat die ook mee kon helpen, als het noodig mocht wezen.

En 't was noodig!

Zoodra de drank op den lepel was en Bertha Polio er mee naderde, deinsde hij achteruit, keerde zich om en vluchtte naar den versten hoek van de kamer.

„Toe, Benno," verzocht Bertha, „hou jij hem eens vast daar

den kop nog

oaHiipM hpwp-

gen, en hij deed dat dan ook zoo erg, dat er geen mogelijkheid was, hem den drank in de keel te gieten.

„Mama," vroeg Bertha nu, „houd u als je blieft zijn kop vast,

in den hoek; dan kan hij niet voor- of achteruit."

Benno deed het; maar al kon Polio niet voor- of achteruit, hij kon

Sluiten