Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en neem jij een stukje vleescli, Dirk, en laat hem dat zien; dan wordt hij afgeleid."

Zoo gebeurde het, en eindelijk, met heel veel moeite en overleg, kwamen allen te zamen zoo ver, dat Polio zijn eersten lepel vol medicijn naar binnen kreeg.

Met een zucht van verlichting legde Bertha den lepel neer en zei: „Dat is me een toer geweest! En hoe vaak moeten we da,t eiken dag hebben?"

Zij keek op het drankfleschje. „Om de drie uur," las zij. „Nu, dus om halfvijf weer."

„Foei Polio, jij bent haast nog lastiger dan mijn kleine broertje Frits," zei Dirk. „Jij moest je schamen!"

En 't was werkelijk, alsof Polio zich schaamde; hij kroop haast over den grond en durfde Dirk niet recht aankijken.

„Kom, hondje," hernam Dirk nu, „ga je mee uit? Een wandelingetje zal je goed doen."

't Was heerlijk weer en voor het laatst van October zelfs bijzonder zachl; door de regens van de voorgaande dagen was het een weinig vochtig in de lucht; maar de zon scheen vroolijk en gaf een prachtigen gloed aan het bonte herfstloover. Hoe klein Dirk ook nog was, toch zag hij er met verrukking naar, en telkens trok hij zijn tante eens aan haar mantel en zei: „Kijk eens, tante, hoe mooi!" En Bertha Van Driest voelde iederen keer dai hij dat zei, blijdschap in haar hart, en zij genoot er dubbel door.

Zij hadden weldra de villa bereikt, waar Bertha les moest geven aan een meisje van twaalf jaar, dat jarenlang gesukkeld had en te zwak was om naar school te gaan.

„Nu, Dirk," zei ze tegen haar neefje, „je weet den weg immers? Hier ben ik, waar ik wezen moet. Ga jij dan nu maar naar huis terug."

Dirk gaf zijn tante de hand. Polio kwispelde even tot afscheid, en toen gingen de vrienden denzelfden weg terug.

Toen zij eenige schreden gegaan hadden, kwam in eens bij Dirk het verlangen op nog een eindje verder te wandelen. Dat zou hij tante vragen; zij zou 't wel goed vinden.

Sluiten