Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op denzelfden weg, waarlangs ik op het buiten gekomen ben! Komaan, Polio, nu zullen we gauw weer thuis zijn!"

' °en zij 't eind van den grindweg naderden, begon Dirk toch te twijfelen, of het wel dezelfde weg was. Alles leek hem toch wat anders toe; hij moest maar eens goed opletten, als hij op den straatweg kwam.

0 wee! De weg waarop hij uitkwam, was geen straatweg, maar een grindweg, en hij zag ook nergens het tolhek! Dat was een gek geval. Het zou nu wel tijd worden, om naar huis terug te gaan, en hij wist waarlijk niet, hoe hij moest loopen, om er fc komen. Als Polio het maar wist! Maar die was nog maar zoo koil in t bezit van oom Benno, dat hij mogelijk ook de kluts kwijt was.

Aan den overkant zag hij een eenvoudig boerenhuis; daar kon hij wel eens vragen. Juist wilde hij er heen gaan, toen Polio zich omkeerde, en vroolijk jankend hard wegliep, den weg van het buiten weer op. Dirk zag daar een aardig möisje, zoowat even groot als hij, met een spierwitten windhond, dien Polio nu juist genaderd was. De beide honden stonden vlak tegenover elkaar geweldig te kwispelstaarten. Het kleine meisje keek verwonderd op en toen zij nog een paar schreden van Dirk af was. zei ze tegen hem: „Mijn hond kent jouw hond; maar ik ken jou niet."

„ t Is mijn hond niet!" zei Dirk. „En ik ken jou ook niet, en ik woon hier ook niet."

Het meisje schaterde het uit. ,,'t Is bij jou alles niet," zei ze toen.

Dirk lachte ook, terwijl hij zei: „Wel, pis het dan ook waar is!" ..Wat zie je er uit," hernam het meisje. „Heb je zooveel katten ?"

, „Geen een, antwoordde Dirk, die eerst niets begreep van die \i.iag, maar er achter kwam, doordat hij merkte, dat zij naar zijn handen keek. „O," hernam hij toen, „dat komt ergens anders vandaan, van het kruipen door een heg en het klimmen in de boomen. Maar wie ben jij eigenlijk? Dat wou ik wel eens weten." „Ik heet Marietje Werens," was het antwoord. „Maar," liet zij

Sluiten