Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkaar omgingen. Maar door allerlei omstandigheden hebben we elkaar nu wel in een jaar of tien niet gezien."

De dame praatte zoo aardig, dat Dirk het prettig vond, om! haar een heelen boel van huis te vertellen. De vijf andene kinderen liepen stoeiend en lachend en roepend vooruit, en de beide honden speelden om 't hardst mee. Polio scheen na een poosje echter zijn kleinen baas te missen; hij kwam bij Dirk terug, draaide kwispelstaartend om hem heen en liep dan weer een eindje vooruit, daarbij telkens omziend.

„Je ziet, de hond wil je mee hebben," zei juffrouw Van Voorst, Marietjes nicht, lachend. „Als je van je omzwervingen nog niet te moe bent om mee te doen, zou ik den hond maar volgen"

Eerst aarzelde Dirk nog even; hij vond het een beetje naar, dat juffrouw Van Voorst zoo heel alleen achterbleef; maar zij zelf vond dat niets, en met een vriendelijk knikje spoorde zij hem aan naar de anderen toe te gaan. Toen deed hij het dan ook, en hij speelde prettig mee; hij kreeg er een hoogroods kleur van.

Bij het einde van den Kempenberger weg riep Marietje in eens: „Zeg, jongens, we moesten voor nicht een fermen bos van die mooie bonte eikeblaren plukken; die vindt ze zoo prachtig, en ze zei zoo straks nog, dat zij nooit zulke mooie had gezien als aan deze boomen!"

„Wel, dan moet jij ze maar plukken!" zei haar broer Otto. „Maar dat kun je niet, hè?" voegde hij er plagend bij. „Bedenken is veel gemakkelijker dan doen."

„Als er niet een was, die iets bedacht, konden de anderen het toch niet doen," zei Dirk. „Wacht maar, Marietje, ik zal wel een stuk of wat mooie takken afsnijden."

Otto, die een stevige, forsche jongen was van elf jaar en die zich er heel wat op liet voorstaan, dat hij een half hoofd grooter dan de meeste van zijn makkers en hun allen de baas was, keek heel minachtend op het zevenjarige ventje neer en lachte schamper. Maar Dirk merkte dat niet eens, en in een wip klauterde hij in een der boomen. Met een grof, maar stevig en goed scherp

Sluiten