Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

Naar huis terug.

R gnjjTm irk had nu al ruim vijf weken in de stad gelogeerd, en BI WIS 1 't beviel hem er best. Zijn vrees, dat hij het er saai \Ls£&Bl zou hebben en nooit eens wild mocht zijn, was gelukkig niet uitgekomen. Wanneer het Woensdags en Zaterdags goed weer was, werd hij nog al eens afgehaald door het vroolijke troepje, waarmee hij zoo toevallig een van de eerste dagen kennis had gemaakt, en in den regel ging Polio dan ook mee. Een paar keer was hij bij Marietje Werens op visite geweest, en grootma had Marietje ook meer dan eens verzocht. Toch kwamen er al gauw oogenblikken, dat de drukke, beweeglijke jongen zich verveelde, en hij begon zoowaar soms met een soort van heimwee aan de school te denken.

„Tante," zei hij op zekeren avond na 't eten, „weet u wel, dat Marietje veel beter lezen kan dan ik?"

„Neen, jongen, dat weet ik niet," was het antwoord. „Ik heb je nog niet hooren lezen, en ik weet ook niet, hoever Marietje is."

„O, die kon zoo mooi voorlezen uit de boekjes, die zij heeft, en ik moet mij nog altijd bedenken, als er een moeilijk woord komt."

„Zij is ook een maand of wat ouder; misschien komt het daardoor. Maar weet je wat? Als je 't naar vindt, dat je nog niet goed leest, moest je het eiken dag een poosje doen. Ik heb nog verscheidene heel mooie boekjes, en als ik vind, dat je ze

Sluiten