Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pop hadden gemaakt voor de school, net als verleden jaar, en of het land achter den tuin van bakker Jansen ook was ondergeloopen, en nog honderd dingen meer, die hem in eens te binnen schoten, toen hij iemand uit zijn dorp zag. De notaris kon niet eens op al zijn vragen antwoorden; maar hij vertelde een heelen boel van thuis, en hoe meer hij er van vertelde, hoe meer Dirk naar allen begon te verlangen. Maar naar zijn moe verlangde hij toch nog het meest.

Onder het koffiedrinken vroeg Dirk niets meer; maar hij luisterde met groote aandacht, zoodra mijnheer Lammers met zijn grootma of met oom Benno of tante Bertha over thuis sprak. En toen hij uit het gesprek vernam, dat zijn moe door het lange oppassen van de kleintjes heel, heel moe was en rust noodig had, toen verlangde hij in eens zoo erg naar haar, dat hij plotseling uitriep: „O, mijnheer, neem mij mee, neem mij mee naar mijn moesje I"

En toen barstte hij in snikken los.

Tante Bertha nam hem op haar schoot en vlijde zijn hoofdje tegen haar schouder.

„Wel, ventje," zei ze, „ik kan best begrijpen, dat je naar je mama verlangt, en zij verlangt ook naar jou, niet waar, mijnheer Lammers ?"

De notaris knikte.

„Maar wij dachten," hernam Bertha, „dat het zoo aardig voor je was, om Sint-Nicolaas eens in de stad te vieren."

„Ik wou toch maar liever naar huis," zei Dirk. „Ik vind het hier heel prettig, en ik heb hier zooveel plezier gehad; maar de kleintjes zullen 't saai vinden, dat ik er niet ben, vooral nu ze weer beter zijn."

„Dat is zoo," zei de notaris. „Toen ik aan Frits vroeg, wat ik voor hem zou meebrengen uit de stad, zei hij: „Een bromtol!" Maar Johanna zei: „Voor mij Dirk!" En toen riep je broertje: „Ja, voor mij ook Dirk!"

„En wat wou moesje hebben?" vroeg Dirk met een traantje op iedere wang, maar met oogjes, die straalden van geluk.

„Ik heb het haar niet gevraagd," gaf de notaris ten antwoord.

Sluiten