Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

V errassingen.

9 F|vjj e familie Walter zat juist aan tafel, toen er een rijtuig fl Fm m v00r ^un stilhield. Fritsje had even te voren geMrnmmdS zegd, terwijl hij zijn vingertje in de hoogte stak: „Hoor! Bellen!"

„Dat is zeker het rijtuig van den notaris," merkte papa op. „Die was van plan om dezen tijd terug te komen."

Maar het belgeklingel hield eensklaps op; de trede van het rijtuig werd neergelaten, en een minuut daarna werd de deur opengeduwd, en Dirk vloog naar binnen. Allen sprongen op; pa en ma gooiden hun servetten neer, en ma nam Dirk in haar armen, alsof hij nog een heel klein jongetje was. En toen nam pa hem op, en kuste hem, en Johanna en Fritsje pakten elk een handje beet, en Dirk zelf kon eerst niets zeggen, maar zijn oogjes schitterden.

„Heb ik het niet geweten?" zei een stem., en daar stond d© notaris op den drempel met Dirks valies in de hand. „Als de jongen Sinterklaas in eigen persoon was, kon hij niet met meer vreugde ontvangen worden! Net zooals ik tegen oom Benno zei."

„Ga zitten, ga zitten," zei mijnheer Walter nu, en hij schoof reeds een stoel bij de tafel.

„Neen, dank je. Ik word thuis verwacht. Ik ben nu immers hier ook klaar: ik heb mijn medereiziger en zijn bagage bezorgd, waar ze behooren. Vaartwel!"

ROZRFEE. 5

Sluiten