Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smaakten de borstplaatsjes, de chocolasigaren en de hazelnoten lekker; ze smulden er om 't hardst in, en af en toe kreeg mama ook een stukje lekkers.

Na den middag kwam de dokter eens naar zijn kleine patiënten kijken; maar wat was hij verwonderd! Dat waren geen zieke kindertjes meer, die daar met zoo'n ijver aan 't spelen waren.

„Ze schijnen heelemaal beter, mevrouw!" zei de dokter; „en nu 't zooveel zachter in de lucht is, mogen ze morgen, als de zon schijnt, er eens uit tusschen elf en een."

Luide uitroepen van blijdschap volgden op deze woorden; zij waren ook in meer dan zes weken niet buiten geweest!

„Zijn er nog veel mazelenpatiëntjes, dokter?" vroeg mevrouw, toen het luidruchtige troepje een weinig tot bedaren was gekomen.

„Nog drie of vier, mevrouw," was het antwoord. „Ze zijn geen van allen erg, maar ik heb innig medelijden met dien armen Jan Bakker."

Dirk spitste de ooren.

„De kamers van het armhuis zijn alle slecht," hernam de dokter; „maar die Jan met zijn moeder bewoont, is misschien nog de slechtste. Ziek zijn is al erg; maar bij de arme menschen komt er nog zooveel ellende bij; daar hebben de meeste menschen niet eens besef van."

De geneesheer ging nu opstaan; hij gaf mevrouw de hand en zei een paar vriendelijke woordjes tegen de kinderen, waarna hij heenging.

Het spel werd hervat; maar Dirk was met zijn gedachten er niet bij. Een paar maal betrapten Johanna en Frits hem er op, dat hij iets totaal verkeerd deed. Frits speelde voor voerman van Van Gend en Loos, Dirk moest de pakjes afgeven en Johanna was de mevrouw, die ze ontvangen moest. Dirk vergat, wat hij moest bezorgen en ook soms, waar de mevrouw woonde, en eens liet. hij een pakje vallen, waar een chocolasigaar inzat en dat een rol linnen moest verbeelden. Frits werd in ernst boos, en hij zei: ,,Ik jaag jou weg! Jij bent geen goede knecht; jij mag de pakken niet laten vallen."

Sluiten