Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII.

Pollo's nieuw vriendje.

rpn 11 at was het stil bfij grootma Van Driest, toen Dirk zoo L ü u / 9 Pl°tselillg vertrokken was! Het huis leek haast uitgestorven. Het was, of iedereen wat miste.

Zelfs de deftige, statige Almaskus Puteanus van Varik kon soms verwonderd rondkijken en het stoeltje besnuffelen, waarin Dirk zoo vaak gezeten had en dat Mina nog niet weer naar boven had gebracht Polio huilde zacht, als Bertha vroeg: „Waar is de kleine baas?" En de groote menschen zeiden telkens tegen elkaar: „Wat is het toch stil, als men een tijd lang aan een kind gewend is geweest!"

En dan raakten ze eerst niet uitgepraat, en de een herinnerde zich dit van Dirk en een ander weer wat anders, en met de eenvoudige cadeautjes, die de kleine jongen voor zijn eigen geld zelf voor hen gekocht had, waren ze bijzonder in hun schik.

Een paar da.gen na Sint-Nicolaas kwam mijnheer Berkhout terug, en zoodra hij de trap opkwam bij mevrouw Van Driest, vloog Almaskus naar de deur. Al de deftigheid van den hond was verdwenen; hij was zoo uitgelaten blij als het kleinste drukste keffertje. Het was waarlijk roerend om te zien.

Na het vertrek van Almaskus was het nog stiller. Mevrouw was maar blij, dat de barsoi weg was; want het was toch op den duur wel wat lastig, om op een klein bovenhuis voor twee groote honden te moeten zorgen.

Sluiten