Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grooteren afstand bekijken," zei mevrouw. „Vlug naar je mand!"

De hond gehoorzaamde, en de sijs begon klaaglijk te piepen.

„Wacht," zei Bertha, „ik zal aan Mina zeggen, dat zij de kooi van ons vorig Pietje van den zolder haalt en goed afstoft."

„Laat zij ook wat zand drogen; een beetje warm zand zal het diertje goed doen, en dan zal het gauwer bij ons wennen," riep Benno zijn zuster na.

Toen Bertha terug was, vroeg zij met een glimlach: „Nu weten we, wat het cadeau is, maar nog niet, van wie ik het heb. Zeg me eens gauw, heb ik het van jou?"

„Neen: maar het kaartje van den gever is er bij. Hier!"

„O, wat vind ik dat aardig!" riep Bertha uit, toen zij den naam van den gever gelezen had. „Kijk, mama!"

Mevrouw las hardop: „Almaskus Puteanus van Varik."

„En "U aardigste moet ik je nog vertellen," hernam Benno. „Deze sijs is in zijn soort even voornaam als Almaskus onder de honden. Ja, kijkt u maar zoo verwonderd niet, mama, 't is heusch waar: onze vriend is een Franschman, een echte Parijzenaar. U moet weten, dat er in Parijs verbazend veel werk gemaakt wordt van sijsjes. Er zijn beroemde zangers onder, die door de liefhebbers wel eens met vijfhonderd franken per stuk worden betaald."

„Daar wist ik niets van," zei Bertha. „Dus is deze sijs nooit een vrije, wilde vogel geweest?"

„Neen, 't is een bereisd heer, die zich voornamelijk in groote steden heeft opgehouden. Zooals ik al zei, is hij in Parijs geboren; verder heeft hij een paar maanden in Brussel doorgebracht, en verleden week is hij uit Amsterdam hierheen gekomen, heel deftig in den harmonicatrein, zooals zulk een voornaam heer betaamt. Maar hij is het reizen en trekken nu moe, en hij hoopt hier een prettig en gezellig thuis te vinden. Hij behoorde tot verleden week in de voorname wereld thuis; hij zong en kwinkelerde voor prinsen en graven en andere hooge heeren; maar hij zal 't bij Bertha toch, wed ik, nog prettiger vinden."

„Ik zal ten minste doen wat ik kan, om 't hem goed te geven. En om je de waarheid te zeggen, ben ik blij, 'dat hij geen wilde

Sluiten