Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vogel is geweest; dan zou ik het haast niet over mijn hart kunnen krijgen, om hem opgesloten te houden. Maar hoe komt Berkhout, of liever Almaskus Puteanus van Varik aan het diertje?" vroeg Bertha.

„Dat zal ik je zeggen. De oppasser van Berkhouts vader heeft een vriend, die als bediende bij een voornaam heer te Parijs in betrekking is. Het sijsje behoorde toe aan het dochtertje van den heer, een allerliefst, maar zwak kind. Dat meisje is voor drie weken gestorven, en nu wilden de ouders het vogeltje maar liever niet langer behouden. Het vroolijke gezang, waar hun dochtertje altijd zooveel genoegen in gehad had, stemde hen zoo bedroefd. Zij zeiden aan den bediende, dat hij het vogeltje maar moest weggeven, mits het was aan menschen, die er goed voor zouden zorgen.

„De oppasser van Berkhouts vader vertelde het geval, en de rest is verder wel te begrijpen. Verleden week ging de Parijsche heer met zijn heele gezin en zijn bedienden op reis naar Zwitserland, zij moesten hier passeeren, en de bediende gaf het vogeltje hier aan het station aan een besteller af, die door Berkhout was gestuurd."

„Wel, wel, er is dus een heele geschiedenis aan verbonden. Kijk, daar is de kooi al met warm, droog zand. Zet hier maar neer, Mina," zei Bertha tegen de meid, die er juist mee binnenkwam.

„Wat een lief diertje, juffrouw," zei Mina. „Wat kijkt hij verstandig uit zijn oogjes! Zal ik wat zaad halen uit de buurt?"

„Moet, hij ook nog wat anders hebben dan bruin en wit zaad, Benno?" vroeg Bertha aan haar broer.

„Wat hennepzaad is ook goed; maar deze soort heeft vooral geregeld groen voer noodig. 't Beste is witte murik."

„Nu, dat is nog al gemakkelijk; dat is bijna het heele jaar door te vinden."

„Het zaad er van vinden ze ook heel lekker ; dat kunnen ze zoo aardig van de plantjes losmaken. En elzenzaad is een tractatie voor ieder sijsje; daar doen ze zich in het wild ook graag aan te goed."

Sluiten