Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn gezang misschien het laatste genot van haar kort leven was geweest.

In het begin was de sijs nog wat schuw, zoodra er een ander in de kamer kwam, maar dat verdween toch spoedig; zelfs aan Polio was hij weldra gewend.

Het was Pollo's taak, om Bertha te roepen, wanneer zij niet bijtijds beneden kwam voor de maaltijden. Hij ging dan de trap op, krabde tegen haar kamerdeur en wachtte, totdat zij opendeed. Dan stormde hij de kamer binnen en stoof even gauw weer weg. Tot belooning kreeg hij altijd van mevrouw Van Driesl. een stukje vleesch of iets anders, waar hij veel van hield. Sedert de komst van den sijs handelde Polio een beetje anders; hij snelde regelrecht tot vlak voor de latafel, jankte en kwispelde even, alsof hij het vogeltje goeden dag wilde zeggen, en vertrok daarna weer.

Zoo kwam de zomer, en iederen dag zong en jubelde de sijs,

dat het een lust was. Bertha had al vaak eens gedacht, of zij

t niet zou wagen, het vogeltje vrij in de kamer te laten rondvliegen.

Zij moest het er maar eens op wagen; zij trok vooraf (de gordijnen boven nog een beetje naar elkaar toe, en toen zette zij het kooitje open.

Sijs verroerde zich niet. Hij keek schuw naar de opening; dat was zoo ongewoon voor de vogeloogjes, die van jongs af tralies voor zich hadden gezien.

Na een kwartier legde Bertha drie hennepkorreltjes in de opening; dat wekte de begeerte van 't vogeltje op, en eindelijk wipte hij er heen. Toen hij ze op had, ging hij weer naar t middenste stokje terug.

Bertha begreep, dat zij geduld moest hebben; zij nam dus

een boek, waaraan zij sedert een paar dagen bezig was, en

weldra was zij geheel in haar lectuur verdiept en dacht zij'niet meer aan Sijs.

Daar vernam zij eensklaps een onregelmatig gefladder, en opkijkend, zag zij juist, hoe het vogeltje zich midden tusschen de bloemen voor het raam neerliet. Het bleef verbijsterd eenige

Sluiten