Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kijken, totdat hij het vogeltje in het oog kreeg. Toen trok hij Bertha mee naar Sijs, bleef vlak voor hem staan kwispelen, maakte daarop rechtsomkeert en holde weer naar beneden. Sijs had Polio heel rustig en verstandig aangekeken; hij voelde wel, dat hij van Polio geen kwaad te wachten had. Hij piepte even en ging toen weer aan 't pikken tusschen een reet van den vloer.

Hè, dat was goed afgeloopen! Dat was Bertha een pak van het hart; nu zou de rest ook wel goed gaan. Zij moest nu maar gaan eten; wanneer zij straks weer boven kwam, zou 't vogeltje misschien kalmpjes in zijn kooi zitten.

Neen, zoo mooi liep het zaakje niet af. Toen zij na 't eten weer boven kwam, zat Sijs op den rand van een vaas, die op een hoek-étagère stond in het donkerste gedeelte van de kamer.

„Maar, vogeltje, wat is dat nu?" riep Bertha. „Heb je dan geen honger? Ben je niet dorstig? Je maakt je veel te moe!"

Ja, dat was stellig waar; dat kon men hem wel aanzien, en Sijs zou zelf ongetwijfeld het gelukkigst zijn geweest, indien hij weer kalm in zijn kooitje zat; maar hij wist niet, hoe hij er komen zou.

Bertha was wezenlijk verlegen met het geval; hoe moest zij er toch mee aan!

„\ogeltje, vogeltje!" zei ze, terwijl zij langzaam naar hem toeging. „Als je mij nu goed begreep, zou je je laten vangen. Dan zette ik je weer heel behoedzaam in je kooitje."

Maar hoe moe het vogeltje ook was, zoodra Bertha dicht bij hem was, vloog het weg. Ver kwam het niet; meer vallend dan vliegend bereikte het de latafel. Nu was het vlak bij de kooi, ma-ar nog niet er in, en 't lukte hem ook niet meer, dien avond er in te komen.

Het leek Bertha nu het beste den armen Sijs tot den volgenden morgen ongemoeid te laten. Zij verliet het vertrek, nadat zij op verschillende plaatsen wat hennepzaad gestrooid en bij de bloemtafel een schoteltje met water neergezet had, en draaide voor de veiligheid den sleutel in het slot om.

Toen zij den volgenden morgen nog voor het ontbijt heel voorzichtig in de kamer kwam, za„ het diertje op het glas van

ROZEFEF. a

Sluiten