Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen uit op een gang tusschendeks, zoowel als in de kerk, van welke een gedeelte is afgezonderd voor damessalon. De stoomboot, van welke ik spreek, is „La

u " f V°°r 6en 8r00t gedeelte wit en zwart geschilderd en heeft twee vervaarlijk groote schoorsteenen,

nnwlaT 1S' kUnn6n Wij den vIammengloed

opwaarts zien stijgen, die, een dubbele stroom van schitterende vonken achterlatende, met de flauwe hier en daar aan den oever schijnende lichten een zonderling contrast opleveren met het heldere stargeflonker aan den hemel Er bevindt zich een groot aantal reizigers aan boord; sommigen voor pleizier, anderen voor zaken Twee uren geleden vertoonde zich op het bovendek tusschen de katoenbalen een vroolijke troep kinderen, die krijgertje peelden, en door hun vroolijk, schuldeloos spel de meer bejaarden veel stof tot lachen gaven; maar zij waren nu naar beneden gegaan en hadden zich voor een groot gedeelte ter ruste gelegd. Ook de luchtig gekleede dames, die voor een uur op het dek wandelden, hebben zich voor den nacht naar hare hutten begeven. Zou niet een van die allen denken aan de levende koopwaren, welke zich aan boord bevinden? De „levende koopwarenF'roeptgijmisschien uit l Ja, kinderen! gaat voor een oogenblik met mij naar een duisteren en verlaten hoek van het schip, verlaten door allen behalve door de donker gekleurde bewoners, voor wie hij bestemd is! Ziet gij daar ginds op die katoenbaai niet een arme vrouw met saamgeklemde handen zitten, wier donker gelaat door angst en kommer is verwrongen ? Luistert naar haar terwijl zij bij zich zelve zucht: „O, Albert, mijn zoon' k kan zonder u niet leven! zij hebben my mijn laatsten at ontnomen! Konden zij mij dan niet één laten, niet hem, mijn laatste kind? Massa zeide altijd, dat ik één zou behouden; maar nu is hij ook weg!» Een weinig verder staart eene moeder in stommen angst op het kind dat op haar schoot sluimert; wat doet haar huiveren en

Sluiten