Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Chloé, op wier goedaardig hart de gedachte aan Toms gemis een sterken indruk scheen te maken. „Gij moest hem hier eens ten eten vragen, massa George," vervolgde zij; „dat zou recht aardig van u wezen. Gij weet, massa George, gij moet u om uwe voorrechten boven niemand verheven achten, omdat ons die alle geschonken zijn; wij moeten daaraan altijd denken," zeide Tante Chloé ernstig.

„Wel, ik ben van plan, Tom in de andere week eens hier te verzoeken,' antwoordde George, ,,en dan moet gij uw best eens doen! Wat zal hij verbaasd staan te kijken! Wij zullen hem zoo laten eten, dat hij er na veertien dagen nog den smaak van heeft."

„Ja, ja, dat is heerlijk, zeker!" zeide Tante Chloé vergenoegd. „Massa zal eens zien. Och Heer, wat hebben wij al soms maaltijden gehad! Denkt gij wel aan die groote kippenpastei, die ik maakte, toen generaal Knox hier ten eten was? Mevrouw en ik kregen bijna twist met elkander over dat gerecht. Ik weet niet wat die dames soms scheelt, en soms wanneer iemand het 't zwaarst te verantwoorden heeft en alleen aan het werk denkt, dan komen zij rondkijken en bemoeien zich met alles. Nü wilde mevrouw hebben dat ik dit, en dan dat ik dat deed, en eindelijk werd ik brutaal en zeide: „Nu, missis, zie dan toch eens naar uwe schoone handen en die lange, dunne viügers met ringen, die schitteren als mijn witte lelien in den morgendauw, en zie dan mijn zwarte stompe vingers eens aan. Nu, denkt gij niet, dat de Heer mij voor het maken van pasteien bestemd heeft, en u om in de woonkamer te blijven?" Kijk, ik was toen recht brutaal massa George."

„En wat zeide moeder?" vroeg George.

„Wat zij zeide? Wel, zij keek mij vriendelijk aan en zeide: „Wel, Tante Chloé, ik geloof, dat gij volkomen gelijk hebt," en dadelijk ging zij naar de kamer. Zij kon mij

Sluiten