Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waar gaan we heen, moeder?" vroeg het jongske.

„Stil, Harry, anders hooren ze ons; een ondeugende man wil mijn kleine jongen meenemen, maar moeder zal wel oppassen en met Harry wegloopen, dat hij ons niet krijgen kan."

Zachtjes opende Elise de deur en trad met het kind op haar arm naar buiten. Binnen een paar minuten stond ze voor de hut van Oom Tom en tikte tegen een der ruiten. Ofschoon 't reeds over twaalven was, was het echtpaar nog niet te bed daar de bijeenkomst langer dan gewoonlijk geduurd had.

„Goede hemel! wat is dat?" riep tante Chloé uit, daar is Lizzy nog, wat is er gebeurd!"

„Ik loop weg, oom Tom en tante Chloé, met mijn kind, mijnheer heeft hem verkocht."

„Hem verkocht!" herhaalden beiden, terwijl zij als radeloos de handen omhoog hieven.

„Ja ik heb van avond geluisterd naar een gesprek tusschen mijnheer en mevrouw en ik heb gehoord dat hij mijn Harry en ook u, oom Tom, heeft verkocht aan een handelaar, die morgen reeds zijn eigendom in ontvangst zal nemen."

Tom hoorde deze woorden als in een droom aan, doch naarmate hij er den zin van begreep, zakte hij op den ouden stoel ineen en liet het hoofd op de borst zinken.

„Och Heer!" jammerde tante Chloé, ,,'t kan immers niet waar zijn, wat heeft hij gedaan waarom hij verkocht zou worden?"

„Hij heeft niets gedaan, meester zou liever niet verkoopen en de meesteres bad en smeekte dat 't niet zou gebeuren, maar meester zei dat bet moest, want dat anders de plaats en al de anderen ook zouden verkocht worden."

„Wel, oude man," zei Chloé, „waarom zoudt ge dan ook niet vluchten! Wilt ge wachten, tot ze je de rivier af bren-

Sluiten