Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elise en terugkeeren naar de hoeve van den heer Shelby in den morgen van Elise's vlucht.

De heer en mevrouw Shelby hadden een slechten nacht gehad en waren bij gevolg niet vroeg bij de hand.

„Waar Elise toch blijft," zei mevrouw Shelby, „ik heb haar al verscheiden keeren gebeld."

Haar man stond voor den spiegel zijn scheermes aan te zetten; juist ging de deur open en een jonge kleurling kwam binnen met het scheerwater.

„Andy!" zei zijn meesteres, „hoor eens aan Elise's deur en zeg dat ik al driemaal gebeld heb; de arme meid I" voegde zij er bij zich zelf met een zucht bij.

Andy kwam weldra terug met oogen, wijd van verbazing!

„Och, missis! Lizzy s laden staan allen open en haar goed ligt overal in 't rond, en ik geloof, dat zij er van door is."

„Goddank!" liet mevrouw Shelby zich ontvallen.

„"Vrouw, je bent niet wijs! dat wordt voor mij een moeilijk geval! Haley zag dat ik bezwaar maakte om het kind te verkoopen en nu zal hij denken, dat ik het er op heb toegelegd om haar weg te krijgen."

Hij liep haastig de kamer uit. In een oogenblik had het nieuws van Elise's verdwijning zich onder het volk verspreid; er was veel geloop, gefluister, open en toeslaan van deuren en weldra hingen een dozijn zwarte jongens en meisjes over de balustrade der veranda, om den vreemden heer het eerst te kunnen meedeelen, wat er gebeurd was.

„Ik wed dat hij woedend is," zei Andy.

„Wat zal hij vloeken!" riep Joke uit.

Toen Haley eindelijk gelaarsd en gespoord in de veranda kwam, werd de kwade tijding hem van alle kanten toegeschreeuwd. Het jonge volk in de veranda werd niet teleurgesteld in de verwachting hem woedend te zien. Hij vloekte, raasde en tierde, wat de kleine negers beant-

Sluiten