Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een lekker maal in de keuken tot belooning."

Toen de beide negers de paarden hadden opgevangen en er mee aan kwamen draven, sprong Sam er onder 't rijden al af en bracht ze bij den paarden paal, waaraan het paard van Haley, een jong, schichtig dier, reeds stond vastgemaakt.

„Ho, ho!" riep Sam uit, „ben je wat schrikachtig!" en zijn zwart gezicht werd verhelderd door een schalkschen lach: „ik weet daar een goed middeltje voor."

Ylak bij stond een groote beuk en de grond was overdekt met kleine, scherpe, driehoekige beukennootjes; Sam raapte er vlug een op en terwijl hij het paard klopte en streelde en deed alsof hij den zadelriem nog wat aantrok, lei hij het scherpe nootje zoodanig onder het zadel dat de minste drukking het beest moest doen opspringen, zonder dat er een verwonding of merkbaar teeken door zou onstaan. Op dit oogenblik verscheen mevrouw Shelby op het balcon en wenkte Sam.

„Wel, Sam!" zeide zij, je moet met mijn heer Haley meerijden, om den weg te wijzen, maar je weet dat Jerry verleden week kreupel geweest is, rijd dus niet te hard Sam." Mevrouw sprak die laatste woorden zachtjes, maar met nadruk.

„Laat het maar aan mij over, missis," zei Sam beteekenisvol, „ik zal goed op de paarden passen."

Nu kwam Haley onder de veranda. Een paar koppen goede koffie hadden hem een beetje beter gestemd.

„Kom, jongens, nu op weg, wij moeten geen tijd meer verliezen."

Geen oogenblik, massa!" antwoordde Sam, hem den teugel in de hand gevend en den stijgbeugel ophoudend, terwijl Andy de beide andere paarden losmaakte.

Op het oogenblik echter dat Haley op het zadel kwam, sprong het vurige dier hoog op, zoodat zijn meester er eenige voeten ver afvloog, gelukkig op het zachte gras.

Sluiten