Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naderbij, beleefd haar belangstelling betuigend in Haley's ongeval en noodigde hem tevens uit voor het middagmaal, dat dadelijk zou worden opgediend; het was toch duidelijk dat de paarden even moesten rusten.

Met eenigzins gedwongen houding nam Haley de uitnoodiging aan en begaf zich naar de eetkamer, terwijl Sam en Andy zich met de rijpaarden verwijderden.

„Je hadt eens moeten zien, Andy, hoe nijdig hij me aankeek, toen ik zijn paard terugbracht; hij had me wel willen doodslaan, als hij gedurfd had, maar ik hield me maar als een onnoozelen bloed."

„Ja, ja, je stondt te kijken als een oude knol!" zei Andy.

„Wel mogelijk, maar heb je wel gezien dat missis boven voor het raam stond te lachen! Op mijn woord, dat deed ze!"

Nadat Sam en Andy in de keuken zich aan een uitgezocht maal hadden te goed gedaan, dat hun op last van mevrouw was voorgezet, was het inmiddels twee uur geworden en kregen zij last opnieuw met de paarden voor te komen.

Naar de rivier!" beval Haley, „ik weet het, zij loopen altijd naar den kant der rivier."

„Er zijn twee wegen daarheen," zei Sam, „de landweg en de groote weg, welken weg wil massa?"

Andy keek Sam bij het hooren dezer nieuwe ontdekking met een verbaasd gezicht aan, maar aanstonds bevestigde hij dat, door het te herhalen.

„Ik denk dat Lizzy den landweg heeft genomen, omdat die minder begaan wordt."

„Als jullie beiden niet zulke verdoemde leugenaars waart," riep Haley nadenkend uit.

„Natuurlijk," zei Sam, „kan massa doen wat hij wil, zij kan ook den grooten weg zijn gegaan, en nu ik er goed over denk, geloof ik dat wij 't best zullen doen, dien te volgen."

Sluiten